Niet veranderd zijn de activiteiten waarvoor deskundige bijstand moet worden ingeschakeld en die betreffen (zie Arbowet art. 14):

Voor het uitvoeren of toetsen van de RIE zal meestal een veiligheidskundige, arbeidshygiënist of een arbeids- en organisatieadviseur worden ingeschakeld, voor de overige drie taken een bedrijfsarts. Als werkgever bent u verplicht om de interne en externe deskundigen, die bij deze vier activiteiten betrokken zijn, te laten samenwerken.

Maatwerkregeling

De werkgever sluit geen contract met een arbodienst, maar met een bedrijfsarts voor de drie taken waarvoor deze moet worden ingezet (zie bovenstaande opsomming). Dat kan echter alleen onder strikte voorwaarden:

Overeenstemming tussen de werkgever en het personeel is niet hetzelfde als het instemmingsrecht (art. 27 WOR) ten aanzien van het arbeidsomstandigheden- en verzuimbeleid. Wordt niet aan beide voorwaarden voldaan, dan is een maatwerkregeling niet mogelijk.

Als de werkgever en de werknemers niet kiezen voor een maatwerkregeling, of als niet aan de voorwaarden is voldaan, dan valt de organisatie automatisch terug op een contract met een gecertificeerde arbodienst (art. 14a Arbowet). Dit noemen we de vangnetregeling genoemd.

Eigen regie: maximale betrokkenheid en overleg met deskundigen

Werkgevers wensen in toenemende mate een vorm van eigen regie bij arbodienstverlening, met name daar waar het gaat om de verzuimaanpak. Op die manier hopen ze kosten te beperken en eventuele loonsancties te voorkomen. Waar de voorwaarden voor de maatwerk- en vangnetregeling wettelijk zijn vastgelegd, is dat bij eigen regie niet direct het geval. Sinds de maatwerkregeling mogelijk is per 1 juli 2005, zijn er allerlei vormen van eigen regie ontstaan. Deze zijn soms strijdig met wettelijke bepalingen.

Een veelvoorkomend misverstand is dat de werkgever bepaalt wanneer de bedrijfsarts wordt ingeschakeld. Soms maakt de werkgever die keus zelf, op basis van de informatie over het medisch beeld dat hij van de werknemer heeft ontvangen. Soms wordt, voor de eerste selectie van het verzuim, een externe partij ingeschakeld. Deze heeft telefonisch contact met de werknemer en meldt het aan de werkgever wanneer de inzet van de bedrijfsarts zinvol is. De bedrijfsarts wordt dan pas vlak voor of zelfs na het verplichte moment van het maken van de probleemanalyse ingeschakeld. Vervolgens krijgt de bedrijfsarts de opdracht om de werknemer niet vaker te zien dan eenmaal per zes weken.

Deze aanpak past niet bij hetgeen in de wet- en regelgeving (Regeling procesgang en Beleidsregels beoordelingskader) is vastgelegd. Hierin is duidelijk vastgelegd dat de werkgever de bedrijfsarts in staat moet stellen om volgens professionele normen te handelen. Dat betekent dat de bedrijfsarts ingeschakeld moet worden op basis van de achterliggende medisch problematiek. Zo geldt bijvorobeeld dat een eerste spreekuurcontact bij psychische klachten en rugklachten rond de derde verzuimweek dient plaats te vinden en bij een arbeidsconflict met een ziekmelding nog eerder. Wordt niet aan deze voorwaarden voldaan, dan kan dat leiden tot onnodig langdurig verzuim en tot een loonsanctie van UWV als het onverhoopt tot een WIA beoordeling komt.

Eigen regie betekent dus niet dat de werkgever alles zelf regelt en bepaalt rond de verzuimbegeleiding, maar dat hij vanuit maximale betrokkenheid én in nauw overleg met de deskundigen de meest optimale aanpak kiest binnen het wettelijk kader en passend bij de bedrijfsvoering.