U bent hier: 

Ontspannen aan de start, of juist niet?

26 oktober 2011

Het leven begint bij veertig. Er was een tijd dat ik daar in geloofde. Of hoopte. Ik weet het niet precies meer. Het is ook al weer zo’n tijd terug. Maar de gedachte leek mij wel leuk. Wat er precies zou beginnen wist ik natuurlijk niet. Ik wachtte het maar af. Na een jaar was er nog niets gebeurd. Je bent de beroerdste niet, dus je kijkt het nog maar een jaartje aan. En nog een jaar. Op een gegeven moment beginnen leeftijdgenoten je de vraag te stellen: “Heb jij ook zo’n last van.. ?”, of: “Begint het bij jou ook al…?”. Nee, eerlijk gezegd nog niet, maar zulke vragen zetten je wel aan het denken. Aan mijn prostaat bij voorbeeld. Geen idee waar die zit, of waar hij voor dient. Maar alle mannen om mij heen hebben het er ineens over. Die mannen hebben ook een buik en soms ook een onderkin. Daar zal het wel aan liggen. Te dik ben ik niet, maar ik moet wel vaak uitleggen dat ik niet ziek ben geweest en dat ik echt heel veel eet. Ik ben wel kaal, maar dat is een teken van kracht en teveel testosteron. Tenminste, dat denk ik.

Op een dag word je wakker en denk je: “Ik ga niet langer wachten, ik kom in actie”. Mijn hele leven had ik een bekend bokser willen worden, maar na enig afwegen leek hardlopen toch een meer voor de hand liggende keuze. Dat had ik tenslotte in het verleden ook wel eens gedaan. En verroest, ik was het nog niet verleerd. Ik dacht: “Nu doorpakken Dick”, en ik meldde mij bij een atletiekvereniging aan”. Voor ik het wist liep ik halve marathons. Een voordeel van laat beginnen is dat je met het jaar sneller wordt. Waar ik anderen hoorde praten over: “Vorig jaar liep ik nog…”, ging het bij mij ieder jaar een minuutje sneller.

Op een gegeven moment bereik je de heldenstatus. Tenminste, dat vind je zelf. Ouder worden? Daar lach ik om. Pijntje hier, pijntje daar, maar in mijn benen zit nog speed. Aan mijn lijf geen polonaise. Nou ja, eigenlijk het liefst wel, als het maar niet de tand des tijds is. Zo sta je dan op je 57ste weer eens aan de start van een halve marathon. In Duitsland, want een wedstrijd in het buitenland klinkt een stuk professioneler dan een of andere molenloop. “Ga je weer je PR verbeteren?”. Oeps, dat wordt er dus van mij verwacht. Op de training gaat het wel lekker. Misschien als alles meezit: niet te warm, heuvel af, harde wind mee. Het moet soms een beetje meezitten in het leven.

Tijdens het inlopen begint het te knagen. Het is heerlijk weer. Absoluut geen temperatuur om een lange afstandswedstrijd te lopen. Barbecueweer, lekker biertje erbij. Waarom doe ik dat gewoon niet? Waarom moet ik mij zonodig nog bewijzen? Wat heb ik te bewijzen? Gaat het nog ergens over? Ik loop toch voor mijn lol? Opeens weet ik het zeker: dit wordt mijn laatste wedstrijd. Ik heb geen zin meer in die stress. Moet ik straks uit gaan leggen waarom ik geen goede tijd heb gelopen. Dat ik harder of anders moet gaan trainen om te bewijzen dat ik helemaal nog niet minder begin te worden. Want dat gaan ze thuis natuurlijk zeggen als het vandaag niet goed gaat.

Nog een paar minuten tot de start. Ik mag het wedstrijdvak in. Anders ben ik altijd reuze trots dat ik helemaal vooraan mag staan. Nu niet. Wat doe ik hier tussen die jongelui? Kijk, dat staat nog zo’n ouwe knar. Hij kijkt heel ontspannen, ik niet. Ik heb kramp in mijn maag. Hoe haal ik in godsnaam de finish? Dit gaat een lijdensweg worden. Dat kan niet anders. Gelukkig valt snel daarop het startschot. De buikpijn is meteen weg. De eerste kilometers gaan eigenlijk heel redelijk. Een man naast mij vraagt na een half uur lopen of ik ook binnen de 1.30 wil finishen. Dat wil ik wel, maar ik weet niet of ik het nog kan. “Wir Männer über fünfzig werden jedes Jahr stärker”, antwoordt hij. Kijk, dat is mannentaal. Daar put ik moed uit. Om een lang verhaal kort te houden: ik kon het tempo vasthouden, vreesde iedere kilometer dat de man met de hamer toe zou slaan, maar ik heb hem niet gezien. Aan de finish gekomen bleek dat ik zelfs mijn PR had verbeterd. Is die stress toch ergens goed voor geweest.

Op een terrasje even verderop heb ik een literpul bier leeggedronken. “Die komt er zó weer uit”, werd mij gewaarschuwd. Niet dus, het bier bleef er lekker in. Thuis gekomen kon ik ontspannen verklaren dat ik lekker had gelopen en dat ik er vantevoren ook alle vertrouwen in had dat het goed zou gaan. Ach, soms moet je de zaken net iets mooier voorstellen dan ze zijn.

Mijn PR heb ik nadien twee keer nog twee keer verbeterd. Geen maagkramp meer vooraf. Dat is bij die ene keer gebleven.

Dick Boon

Terug naar overzicht columns

Bel me terug

Vul hier uw gegevens in en wij nemen zo spoedig mogelijk contact met u op.

Bel me terug

Vacatures

Zoek een opdracht die bij u past in uw regio en specialisme.

onze vacatures